7 november 2018
Inspiratie Ruimte en energie

Ruimte voor duurzame energie in de Duin- en Bollenstreek


De energietransitie heeft gevolgen voor het landschap zoals we dat kennen. Om de beoogde duurzame energieopwekking te realiseren, zijn nieuwe zonneweiden en windmolens hard nodig. Maar waar plaats je die in een regio als de Duin- en Bollenstreek? Op dinsdagavond 30 oktober stortten belangengroeperingen, ondernemers, politici en andere stakeholders zich op deze opgave. Op topografische kaarten puzzelden zij met windturbines en zonnevelden, zoekend naar geschikte locaties.

In hotel Van der Valk Sassenheim kwamen de verschillende belanghebbenden bijeen voor de eerste uit drie sessies over Energie en Ruimte. De Alphense burgemeester Liesbeth Spies, die binnen het dagelijks bestuur van Holland Rijnland onder andere de portefeuille Energie onder haar hoede heeft, was klip en klaar tijdens haar welkomstwoord. ‘Een energieakkoord afsluiten is makkelijk, maar het naleven ervan bij lange na niet. We staan voor een enorme opgave, waarin iedereen z’n eigen verantwoordelijkheid moet nemen. En dat doet soms pijn. Het vorig jaar afgesloten Regionaal Energieakkoord gaat over zes verschillende uitvoeringslijnen, zoals energiebesparing of het gebruik van restwarmte. Maar vanavond kijken we slechts naar één van deze lijnen, het opwekken van duurzame energie door middel van windmolens en zonnevelden. En dat is spannend, want het heeft onherroepelijk invloed op het landschap. Wat we vanavond willen is ideeën en argumenten voor mogelijke locaties ophalen bij u. Dat doen we nu voor de Duin- en Bollenstreek en in twee vervolgsessies voor de Rijn- en Veenstreek en de Leidse Regio. Die nemen we mee naar de raden waarna er op lokaal en regionaal niveau besluitvorming plaatsvindt. Daarmee gaan we vervolgens naar de provincie. ’

Floris de Groot, van onderzoeksbureau APPM, nam het woord van Spies over met een compliment. ‘Er zijn nog niet veel regio’s die de energietransitie zo voortvarend aanpakken’, zei hij. ‘Wat we vanavond willen, is kijken hoe energieopwekking zijn beslag krijgt op deze regio. Daarbij gaat het wellicht minder om de exacte locatie en meer om de argumentatie. Ongetwijfeld zullen er tegenstrijdige belangen op tafel komen, misschien wel emoties. Maar laten we met respect en open naar elkaar luisteren.’

Generation Energy (GE) deed onderzoek naar de ruimtelijke gevolgen van de energietransitie voor verschillende regio’s, zoals Holland Rijnland. Boris Hocks van GE gaf aan, in een glijvlucht door de tijd, hoe energielandschappen al eeuwenlang bestaan. ‘Vaak denken we daarbij aan eindeloze rijen windturbines of hectares vol met zonnepanelen’, omschreef hij. ‘Maar de Zaanstreek, met al z’n windmolens, was eeuwen terug óók een energielandschap. En de veenafgravingen in Drenthe vormden  een energielandschap, dat we nu zelfs om z’n natuurlijke schoonheid waarderen. We moeten bij de inrichting van zo’n landschap dan ook richting de toekomst kijken. Kunnen we een landschap opnieuw vormgeven als innovaties het beslag op de ruimte verkleinen? En kijk bijvoorbeeld ook of je met een cordon van windmolens de uitbreiding van steden niet op slot zet.’

Hocks legde verder uit dat duurzame energie een flinke claim legt op het landschap. Willen we in Holland Rijnland in 2050 energieneutraal zijn, dan moeten we 26,8 Petajoule (PJ) opwekken. Vergelijk 1 PJ  met energie voor 15.000 huishoudens. Hocks: ‘Duurzame energieopwekking behoeft ruimte.  Voor 1 PJ hebben we 30 tot 40 grote windmolens nodig. Die mogen niet te dicht bij bebouwing of hoogspanningskabels staan. Kies je voor zonneweides, dan heb je in plaats van één windmolen, 8 hectare grond nodig. Om dat equivalent aan biomassa-energie te bereiken, zijn 350 koeien nodig die maar liefst 113 hectare aan weiland nodig hebben. Ieder keuze heeft dus z’n eigen impact.’

Gewapend met deze informatie, gingen de aanwezigen zelf aan de slag. Verdeeld in zes groepen, met representanten uit verschillende geledingen, kregen zij de opdracht om op een topografische kaart van de regio invulling te geven aan de duurzame energieopgave. Perspex fiches, van verschillende grootte, maakten duidelijk wat de ruimtelijke claim van een gekozen energiebron is op het landschap. Daarbij waren op de kaart contouren aangegeven waar energieopwekking niet mogelijk is, omdat het te dicht bij woningen of een beschermd natuurgebied is.

Al tijdens het eerste voorstelrondje werd duidelijk dat de meeste deelnemers toepassingen het liefst niet in de eigen nabije woonomgeving willen terugzien. ‘Ik woon gelukkig veilig, want mijn woning valt binnen de contouren waar niets gepland mag worden’, was een opmerking die in meerdere varianten over tafel kwam. Toch waren de meesten wel doordrongen van de noodzaak van windmolens en zonneweides. Alleen verschilden de locaties die de deelnemers als dierbaar en daardoor niet geschikt achten, nogal sterk.

De makkelijkste keuzes, en vrijwel door iedereen toegepast, gingen over de aanleg van zonnepanelen langs bestaande infrastructuren, zoals spoorlijnen en autowegen. Maar daarna begonnen de voorkeuren sterker uiteen te lopen. Want waar voor de één het duingebied onaantastbaar is, geldt dat voor de ander voor de bollenvelden. Waar de Kagerplassen bijvoorbeeld voor de één van grote natuurwaarde zijn, hadden andere deelnemers er minder moeite mee om ook daar windturbines te plaatsen.

Toch bleken er bij de plenaire terugkoppeling wel degelijk verschillende, overeenstemmende keuzes te zijn gemaakt. Op de eerste plaats natuurlijk de realisatie langs bestaande infrastructurele lijnen. Maar ook het beter benutten van landbouwgrond door de plaatsing van windmolens, of het deeltijds plaatsen van zonneweiden waren serieuze overwegingen. Veel genoemd was de oproep om innovaties op het terrein van duurzame opwekking nauwlettend in de gaten te houden. Daaruit sprak vooral de hoop dat daarmee de claim op ruimte mogelijk kleiner zou worden.

Maar de conclusies betroffen niet alleen het aanwijzen van locaties. Er werden ook aanbevelingen gedaan dat iedere gemeente z’n verantwoordelijkheid dient te nemen én dat je in overleg treedt met buurgemeenten. Daarnaast werd ook een oproep gedaan om niet alles heilig te verklaren en op zijn minst locaties in het duingebied en op bollengronden bespreekbaar te maken.

Aan het eind van de avond toonde Spies zich tevreden met alle handreikingen en aanbevelingen die werden verstrekt. ‘Dank daarvoor. Hier gaan we mee aan de slag.’

Op 6 en 7 november volgen er nog sessies voor de subregio’s Rijn- en Veenstreek en de Leidse Regio.


Illustratie van ronddraaiende windmolen

Op naar Neutraal

De dertien gemeenten van de regio Holland Rijnland, de provincie Zuid-Holland, de Omgevingsdienst West-Holland, het hoogheemraadschap van Rijnland en Holland Rijnland zetten hun schouders onder de energietransitie. De ondertekenende partijen werken samen aan de regionale ambitie om in 2050 een energieneutrale regio te zijn.

Waarom een energieakkoord?